Studio interview, O&O Publication

Studio interview by Sandra Smets, photography by Stacii Samidin, essays by art theoretician Janneke Wesseling and philosopher Henk Oosterling. Book design by Bart Oppenheimer.

“Onderzoek is een experiment waarbij je dingen laat gebeuren. Een experiment dat resultaten oplevert waarvan je je vervolgens afvraagt: waar gaan we dat plaatsen? Het is eerder het registreren wat je doet, denkt en voelt, nog vóór je aan het beeld begint. In dat voorstadium begint al het onderzoek.” Voor Alexandra Roozen is onderzoek vergelijkbaar met een geleid experiment. Als maker van minutieus opgebouwde abstracte potloodtekeningen heeft ze in de loop der jaren een heel duidelijk eigen oeuvre ontwikkeld. Ze weet wat voor haar bekend terrein is, vertelt ze tijdens een gesprek in haar atelier. Van dat terrein wilde ze de grenzen opzoeken, waar haar O&O-projecten uit 2015 en 2017 een manier voor zijn.

“Het eerste project was bij Plaatsmaken in Arnhem, een grafische werkplaats. Ik koos voor de droge naaldtechniek, die ik ging uitvoeren in plastic. Kunststof is zacht, neemt daardoor snel een spoor op. Het is bovendien praktisch hanteerbaar: je kunt het knippen, plakken, oprollen en meenemen in de trein. De braam die wordt getrokken door de etsnaald heeft een levendig spoor, zoals van een handgemaakte tekening. Ik vind het aantrekkelijk dat daar een zekere onvoorspelbaarheid in zit, in tegenstelling tot andere grafische technieken die een afdruk identiek kunnen reproduceren.”

Plaatsmaken nodigde haar uit om gedurende 2016 gebruik te maken van hun faciliteiten. Roozen besloot niet een afgesloten periode te kiezen, maar er om de week een keer heen gaan. “Dan kun je de informatie die je opdoet ook weer laten bezinken en een plek geven in je andere werk, zodat het ook daar een rol gaat spelen en vragen oproept. Dit in tegenstelling tot een korte werkperiode waar je – net als in een vakantie – erin en eruit gaat.”

Werken met etsnaalden bleek een soort gefaseerd tekenen, met de naalden als een hulpstuk tussen hand en papier. Hiermee begon ze haar O&O-onderzoek naar wat de hand als gereedschap betekent en hoe je dat kunt vervangen. Ter demonstratie toont Roozen tekeningen die ze met één gebaar maakte, door een houder te bewegen met daarin wel honderd etsnaalden, die deels ontspoorden. “Ik werkte heel snel, zonder controle te hebben over het resultaat. Soms ontstond drukte, hapering. Ik ben langeafstandsrenner in mijn werk en nu moest ik een sprinter worden. En dan merk je dat je je ook zo’n gereedschap gaat proberen toe te eigenen, om ermee te tonen wie je bent. Dat ik daarbij tegen weerstand aanliep vond ik mooi: zonder weerstand zijn er geen grenzen.”

In haar kleurloze atelier – wanden wit, vloer lichtgrijs, nergens kleur, alles minimaal – vertelt Roozen over het belang van zulke onderzoeken voor haar werk. “De O&O-regeling maakt dat je kunt groeien in je hele werkproces, de rust en tijd ervoor krijgt. Het geeft ruimte voor risico’s, die je je binnen de maatschappij waar we in leven niet altijd kunt permitteren.”

Experimenteren en groeien betekende voor haar het toelaten van toeval en onvoorspelbaarheid. Ze toont een map met grillige tekeningen, vol losse parallelle krabbels: machinaal gemaakt. “Dit kun je niet eens met de hand tekenen. Het is zo snel gemaakt dat je denkt: hoe zit dat? Wie of wat heeft de regie? Even had ik grip op het nieuwe gereedschap en toen haperden er weer potloden. Ik weet dat deze proeven waardevol zijn voor mijn werk, maar ik weet nog niet precies hoe.” Ook liet ze filosoof en curator Cees de Boer een tekst schrijven en begon ze een film te maken van het werkproces, om in een tentoonstelling te laten zien en horen: het geluid van het tekenen is leidraad. “Het is fascinerend wat je allemaal wel niet tegenkomt met zo’n alledaags potloodje.”